Blog

Verzetje Zoethoudertjes

  • Vereniging
  • 7 minuten (1394 woorden)

Het Verzetje breidt uit! Nu het coronavirus allerlei wieleractiviteiten verstoort, zal de redactie van Het Verzetje jullie helpen om deze periode door te komen. We gaan jullie voorzien van extra online content. Tijdens de coronacrisis zullen we op maandagen stukjes op deze pagina plaatsen. Deze stukjes vormen tegelijkertijd een zoethoudertje voor het daadwerkelijke hoogtepunt: de papieren versie van Het Verzetje.

Feuilleton - Het tragische verhaal van Victor de Fietser

Het eerste deel van dit verhaal is onderaan deze pagina te vinden.

Deel 2

Volgens mij vond Victor het geen probleem dat men nooit veel interesse toonde in de wielersport die hij met zoveel plezier beoefende. Er werd weinig naar profwedstrijden gekeken – in elk geval hoorde ik nooit dat er over gesproken werd – en hij snapte ook wel dat mensen niet gingen kijken bij de trainingen die hij volgde in de stad. Want hij daar precies allemaal deed werd nooit helemaal duidelijk. Hij vertelde er ook weinig over. Het was de tijd dat het profwielrennen werd geplaagd door grote dopingschandalen in het peloton. Meestal was dat waar mensen Victor op aanspraken, waarbij ze hem ludieke vragen stelden over of hij ook ligt gaf in het donker en of het wel veilig was om bij hem in de buurt een sigaretje op te steken – ‘Of vliegen we dan met z’n allen de lucht in?’

Daarop lachte hij minzaam, mompelde iets onverstaanbaars en daar bleef het dan een beetje bij. Hij kwam er mee weg, ook omdat hij toch duidelijk niet zó diep in het wielerwereldje zat. Een keer op een straatfeest hoorde ik hem tegen mijn ouders zeggen dat hij vooral die trainingen volgde om technisch vaardiger te worden, maar bijna nooit wedstrijden reed. En dat hij de tochten die hij met de vereniging maakte leuk vond. Mijn ouders hoorden hem ernstig knikkend aan, zeiden ‘goh wat leuk’ en begonnen te vertellen over het voetbalteam van mijn broer. Het gesprek bloedde gauw dood, geloof ik.

Dit ging een paar jaar zo: iedereen wist dat Victor graag wielrende en Victor voelde geen behoefte om anderen te vermoeien met gepraat over zijn hobby. Totdat er een keer een criterium georganiseerd werd dat dwars door de Hoofdstraat van ons dorp zou komen. Het werd groots aangekondigd in het lokale krantje, mede omdat zowel het plaatselijke filiaal van de Rabobank als de winkeliersvereniging deze wedstrijd sponsorden. Ik ben er nooit achter gekomen of Victor hier zélf een mooie kans in zag om te schitteren voor de ogen van het hele dorp, of dat hij er (door de plaatselijke middenstand, door zijn ouders, wie weet?) min of meer tot werd verplicht om het dorp te representeren in deze toch niet onaanzienlijke wielerwedstrijd. Hoe dan ook, Victor begon plotseling tegen iedereen die het horen wilde te verkondigen dat hij mee ging doen en hoopte dat jíj óók kwam kijken als het zover was.

Hij stuitte niet per se op veel enthousiasme, maar ook zeker niet op onwil. Veel mensen waren wel een beetje klaar met al die voetballertjes die zich net zo aanstelden als ze de profs op televisie zagen doen, de meeste mensen begrepen niets van hockey omdat ze daar soms nog tijdens de wedstrijd de regels veranderen, atletiek is per definitie geen kijksport en korfbal is sowieso voor homo’s. Dus waarom niet eens een keer kijken bij een potje wielrennen? Al waren het dan amateurs, het ging alsnog verdraaid hard en zeker als ‘onze’ Victor meestreed om de winst – dat kon donders mooi wezen.

Toen kwam ik er ook achter dat Victor lang niet zo fanatiek was geweest als ik altijd had gedacht. Of nou ja, hij was al wel fanatiek, maar er waren een hoop nóg fanatiekere. Wilde Victor in staat zijn om een beetje serieus mee te kunnen rijden in dit criterium (en dat wilde hij), dan zou hij flink meer moeten gaan trainen dan hij tot nu toe had gedaan. Als hij zichzelf en zijn sport op de kaart wilde zetten in de sport dan was hij graag bereid daarvoor hard te werken en veel op te geven. Als hij toen had geweten wát hij uiteindelijk allemaal zou opgeven dan had hij het niet gedaan. Maar dan hadden de plaatselijke Rabobank en de middenstanders deze hele wedstrijd niet gesponsord en had helemaal niemand Victor durven vragen om mee te doen.

Ben je benieuwd naar het vervolg van dit verhaal? Binnenkort verschijnt deel 3 van dit feuilleton op deze pagina.

Rebussen

Hieronder staan 5 rebussen die ieder een naam van een afgelaste/verplaatste wielerkoers vormt. Kun jij ze ontcijferen?

Rebus 1

Rebus 2

Rebus 3

Rebus 4

Rebus 5

Waren deze rebussen nou te makkelijk? Lees het aankomende Verzetje en je zult nog een rebus voor de kiezen krijgen.

Feuilleton - Het tragische verhaal van Victor de Fietser

Deel 1

In het dorp waar ik vandaan kom wordt veel gesport: er zijn twee rivaliserende voetbalverenigingen, er is een hockeyclub, een atletiekvereniging en zelfs – ik zeg dit ongaarne – een tamelijk levendige korfbalgemeenschap (korfballers vormen niet alleen een vereniging, maar een gemeenschap). Er wordt natuurlijk ook veel sport gekeken. Op televisie maar ook langs de lijn, de prestaties van de jeugd zijn gespreksonderwerp nummer één onder de ouders in mijn dorp. Tenslotte wordt er door veel mensen níet gesport, maar daarover kun je geen interessant verhaal schrijven.

Dit verhaal gaat over Victor, die wél sportte. Hij was een paar jaar ouder dan ik en de enige reden dat hij me af en toe een blik waardig keurde was dat we buurjongens waren. Hij kon me niet ontlopen en hoefde dat ook niet – maar we zeiden bijna nooit iets. Victor is niet zijn echte naam, maar hij is een bekendheid in mijn dorp vanwege zijn tragische verhaal. Omdat ik niet wil dat iemand hem herkend, en voor mijn literaire vrijheid, noem ik ‘m Victor.  

In mijn herinnering werd er maar weinig gewielrend in mijn dorp. Toen ik jong was misschien een handjevol mensen. De meesten vijftigers die verwikkeld waren in hun eeuwige strijd tegen hun bierbuik. Ook wel een paar jongeren. Of ze goed waren zou ik nu niet meer weten. Maar er was niemand zo goed als Victor. Niemand ook die het zo serieus nam als hij. Victor de Fietser werd hij daarom genoemd. Hij was de enige in het dorp die was aangesloten bij een wielervereniging, wat betekende dat hij voor zijn trainingen eerst naar de stad moet fietsen, zodat hij zijn warming-up altijd al gedaan had zodra hij daar met de daadwerkelijke training begon. De hele zaterdag was hij verdwenen, en nog één of twee doordeweekse avonden. Zeker ’s zomers kwam hij best wel laat pas terug.

Victor had iets raadselachtigs. Van alle kinderen in het dorp konden de ouders komen kijken als ze sportten; en zoals ik zei, werd daar dan uitgebreid over nagepraat. Voor alle leeftijden was sporten – zoals in ieder dorp, denk ik – niet alleen voor de gezondheid: het was een sociaal gebeuren, in zekere zin zelfs bepalend voor wie je was of wie je wilde uitstralen te zijn. Of het nou op straat was of in een team, er werden groepjes gevormd en vriendschappen gesloten. Maar Victor verdween meerdere keren per week naar een wereld die wij niet kenden. Hij sprak er zelf weinig over, althans nooit waar ik bij was. Het enige dat ik hoorde als die magere jongen op zijn spartaans maar sportief uitziende fiets stapte, was het getik van zijn schoenen op de stoep, zijn fiets aan de hand als hij ermee naar de weg liep. Dan stapte hij op – *klik-klik* - en zoefde ervandoor. Ik verbaasde me er altijd over hoe weinig hij kennelijk nodig had. De voetballers en hockeyers droegen altijd enorme sporttassen over hun schouder en hielden vaak speciale schoenen of een stick in de hand. Victor had een helm op zijn hoofd, strakke kleren aan en er zat steevast een banaan in zijn achterzakje. Als hij uren later terugkwam was de banaan weg, verder oogde hij onaangedaan. 

Ik mag graag denken dat Victor er bijna in zijn eentje voor gezorgd heeft dat ik ben gaan wielrennen. Maar het is ook dankzij hem dat de sport me nog altijd grote angst inboezemt. In mijn diepste wezen vind ik wielrennen eng, gevaarlijk, misschien zelfs wel dom. Ik ben altijd blij als ik weer heelhuids thuiskom en kan me niet voorstellen dat ik ooit wedstrijden ga rijden. Ik durf het gewoon niet té serieus te gaan nemen. Door Victor.


16apr

Trainen in coronatijd

Geschreven door Lieke Beste leden, Gelukkig zijn we wielrenners, wij bij Tandje Hoger. We hadden het met z’n allen toch een stuk...

Reacties

Log in om de reacties te lezen en te plaatsen

Onze sponsoren